Verslag

Rens van de Plas

Biobased en circulair bouwen

CAST&co

Op 22 februari 2024 vond een nieuwe, bijeenkomst van CAST&co plaats. Het hoofdkantoor van Heerkens van Bavel Bouw diende als het podium daarvoor. Deze CAST&co over circulair en biobased bouwen vragen we: hoe kunnen ontwerpers en ontwikkelaars de transitie aanjagen en waar lopen zij zelf nog tegenaan? Er zijn nog obstakels genoeg, zo bleek deze middag wel.

Commercieel manager Didier Pijnenburg lichtte de historie van Heerkens van Bavel nog even toe. Het bedrijf maakt samen met bouwbedrijf Berghege uit Oss onderdeel uit van de Berghege Heerkens Bouwgroep. ‘We hebben richting de toekomst de keuze gemaakt om beide families samen te voegen en er een mooi sterk merk van te maken’, vertelt Pijnenburg. Het bedrijf staat nu op plek 36 in de CoBouw Top 50 Nederlandse bouwbedrijven; geen onaardige prestatie.

De bouwgroep werkt vooral in Brabant, Limburg, Zuid-Holland en Gelderland, al maakt de Osse tak ook uitstapjes naar Amsterdam. Bekende projecten met een stempel van de bouwgroep zijn het Auroragebouw van Wageningen University & Research, de campus van de Radboud Universiteit in Nijmegen en de herontwikkeling van de voormalige V&D in Eindhoven. In Tilburg is Heerkens van Bavel bekend vanwege de ontwikkeling van Toren H richting de Piushaven.

Veel van de producten die in gebouwen van de bouwgroep worden verwerkt, worden in eigen huis geproduceerd of op maat gemaakt. ‘Wij hebben de luxe van een eigen materieeldienst en een eigen timmerfabriek’, legt Pijnenburg uit. ‘Daarnaast hebben we een 24/7 service- en onderhoudsafdeling.’ De Berghege Heerkens Bouwgroep houdt graag de touwtjes in handen.

Gespreksleider Henriëtte Sanders vraagt “Hoe belangrijk is circulariteit voor de aanwezige ontwerpers en bouwers?” De eerste stappen worden gezet, maar het mag nog iets intensiever, lijkt de teneur. ‘Wij hebben een paar werkgroepen opgezet om te kijken hoe je dat beter kunt integreren. Biobased begint nu meer te komen dan circulariteit’, zegt Pijnenburg. ‘Wij zien dat het steeds belangrijker begint te worden, zeker bij schoolprojecten. Scholen zien circulaire gebouwen als het voorbeeld voor de kinderen’, zegt Walter van der Hamsvoord van DAT Architecten.

‘Er zijn onderdelen die niet volledig biobased kunnen. Het gaat mis bij de isolatie aan de onderkant, de installaties en het glas. Verder zijn we een heel end’, zegt Thomas Bedaux van Bedaux de Brouwer Architecten, die net elf bijna-biobased woningen heeft gerealiseerd. ‘Alle architecten beginnen vanuit een biobased-gedachte, maar je loopt tegen de kosten aan. Op een gegeven moment wordt het toch vaak weer beton of kalkzandsteen. Het is even wennen om niet in bakstenen te denken.’

De spreker van vanmiddag is Harold van de Ven, ketenregisseur Brabant bij Building Balance. Van de Ven had een architectenbureau in Best met klanten die circulariteit als topproriteit stelden. Inmiddels is hij uit het bureau gestapt en focust hij zich op het vertellen van hét circulaire en biobased verhaal: hoe je met biogrondstoffen de bouw kunt veranderen. De basis daarvoor is inmiddels opgeschreven in de Nationale Aanpak Biobased Bouwen.

Building Balance gaat als partner van het Rijk de regionale ketensamenwerkingen op het gebied van biobased bouwen organiseren. ‘We kunnen niet alles biobased maken, maar we streven ernaar om in 2030 dertig procent van de massa biobased te hebben gebouwd, dat is zo’n zeventig procent van het volume.’ Dat is best snel, maar Van de Ven ziet dan ook de ernst van de zaak in. ‘De bouw van een traditionele rijwoning stoot 30 tot 40 ton CO2 uit. De CO2-impact van de traditionele bouw is enorm, van het delven van materialen tot het toepassen op de bouw.’

Als het aan Van de Ven ligt, transformeert de bouwsector nog liever vandaag dan morgen. Eenvoudig is dat niet, al zijn volgens hem wel simpele stappen te zetten. ‘In West-Brabant hebben de corporaties een commitment deal getekend. Als we anders gaan ontwerpen, op kwaliteit en op geld, dan komen de meest fantastische producten naar boven. Je kunt niet een deel van de constructie biobased maken en daarmee problemen oplossen. Als je biobased bouwt, denk je vanuit het materiaal dat je hebt, niet welk materiaal je kunt vervangen.’

Wie biobased wil bouwen, heeft ook andere partners nodig, denkt Van de Ven. ‘Soms moet je wat dieper in de portemonnee tasten. Maar ik ging bijvoorbeeld naar Triodos in plaats van de Rabobank; die gaven een enorme korting op een lening omdat een woning biobased was’, zegt hij. Zijn betoog: zorg dat je de boot niet mist als bouwbedrijf. ‘BAM Wonen heeft een houtenhuizenfabriek, Hurks Bouw heeft het Da Vinci Huis omgetoverd naar Da Vinci Green. In Zuidoost-Brabant vragen de corporaties uit op biobased. Zorg dat je erbij bent.’

Met een helder overzicht geeft Van de Ven aan wat de meest duurzame vormen van bouwen zijn. ‘Niet bouwen is het beste wat we kunnen doen’, vertelt hij. Daarna is het proces van biobased bouwen – oogsten, produceren, re-use en recycling – het meest fideel. Het slechtst is niet traditioneel bouwen, maar traditionele gebouwen slopen. ‘Het is tijd dat iemand dat hardop zegt. Ik doe dat nu.’

Een vertegenwoordiger van WonenBreburg vindt dat er meer eenduidigheid in de regelgeving moet komen. ‘Tilburg en Breda gaan zich nu verbinden aan Cirkelstad, om te voorkomen dat elke gemeente andere regels gaat stellen. Ik schaam me soms voor hoe we gebouwen aan het voorbereiden zijn’, zegt hij. Een andere professional vult aan: ‘In het bestuursakkoord van Tilburg is energieneutraliteit een belangrijke, maar circulariteit is daarin helemaal geen onderwerp.’ Vooral Oirschot, Meierijstad en Bergen op Zoom lopen voorop in Brabant, zegt Van de Ven. Andere gemeenten hebben nog flink wat werk te doen.

Om biobased materialen te telen, moeten ook de boeren om. Daar ligt voor Van de Ven nog een grote klus. ‘De waterschappen hebben 300 euro per hectare toegezegd voor boeren die hennep gaan telen. Vezelgewassen zijn van grote betekenis voor de bodem, ze slaan CO2 op en ze zijn stikstofextensief. Het is een medicijn voor de boer’, is Van de Ven van mening. ‘Maar die boeren krijgen continu te horen wat ze allemaal moeten, daar komt dit ook nog eens bij.’

Volgens Thomas Bedaux is het sowieso lastig boeren als het om isolatiemateriaal gaat. ‘Houtwol, vlas… er is nergens een plek waar je materialen kunt vergelijken. De markt is nog te jong, ik kom heel vaak in België uit.’ Wellicht moet hij het zoeken in buitenlands stro of in miscanthus; die materialen isoleren op een vergelijkbare manier, aldus de ketenregisseur. Of in een online vergelijkingsprogramma, is een suggestie uit de groep.

De ervaring van Bram van de Sanden van Buro013 is weerbarstig. ‘We beginnen met 2-0 achter. Ik heb 200 biobased woningen in de pijplijn, maar overal ligt de rem erop omdat het te ingewikkeld wordt. Door een te sterke lobby pakken traditionele woningen qua impact nog steeds gunstiger uit dan biobased woningen. We moeten aannemers ook leren dat er andere voordelen zijn; dat we met biobased sneller kunnen bouwen, bijvoorbeeld. Maar in de praktijk wordt het kapot gerekend en doet de bouwsnelheid er niet toe.’

Hij vindt het ook lastig dat het aanbod in gevelafwerkingen zo beperkt is. ‘We moeten onze stinkende best doen om mooie materialen te vinden. MVRDV heeft een mooi project gemaakt met houten gevels, maar als je er nu langsloopt springen de tranen in je ogen. Corporaties willen wel biobased bouwen maar geen onderhoud plegen. Dan krijg je vergrijzing en vlekvorming’, schetst hij.

‘Er zijn een paar smaken waarbij je weet dat de degradatie beperkt is, maar dan krijg je dus allemaal grijsgroene gebouwen. Ik vind losmaakbaarheid dan veel interessanter, dan kun je gewoon een bakstenen gevel toepassen.’ Dat vinden meer professionals aanwezig ‘Een gebouw dat voor tachtig procent biobased is maar waarbij de materialen wel zijn opgeslagen in Madaster, is misschien veel beter dan een honderd procent biobased gebouw waarbij dat niet het geval is.’

Van de Sanden wil er ook voor waken dat het wiel niet telkens opnieuw wordt uitgevonden. ‘Iedereen die er nu mee bezig is, doet eigenlijk hetzelfde. We moeten van elkaar leren; dat we niet horizontaal bouwen, maar verticaal. Daar gaan we de komende jaren best wat koffie over zetten.’ Bij gemeenten is er nog een grotere slag te maken. ‘Die deden bij ons pand aan de Noordhoekring ineens moeilijk over de aanrijveiligheid. “Wat als er een vrachtwagen het gebouw binnenrijdt?” Er is ook nog angst vanuit gemeenten.’

Uiteindelijk gaan carbon credits – een verhandelbare eenheid CO2 – een groot verschil maken, denkt Van de Ven. ‘De CO2-impact wordt steeds belangrijker. Het kan zijn dat we bedrijven in de Metropoolregio Eindhoven willen gaan verleiden om vrijwillig carbon credits te gaan betalen. Daar gaat een handel in ontstaan. We moeten daar nog werk van maken om dat goed te organiseren’, zegt hij. ‘’t Is niet zo dat je in je vingers knipt en dat het dan gebeurd is.’

Een vertegenwoordiger van BPD denkt dat de sleutel in samenwerking ligt. ‘Iedereen ziet de risico’s, maar als je samen die onzekerheid kan dragen, verandert er al een hoop. In de tijd met hoge gasprijzen wilde de aannemer ook niet alle kostenverhogingen dragen. De markt is er, mensen staan open voor duurzame woningen en zijn in sommige gevallen zelfs bereid om meer te betalen.’

Bij de professionals gaan er ook stemmen op om wat ambities te laten vallen. ‘Misschien is duurzaamheid altijd belangrijker dan hoe een plan eruit ziet’, zegt een bouwer. ‘Ik maak me er wel zorgen over; als ik zie hoe vaak we langs de welstand moeten voor details op de tiende verdieping waar je met 70 kilometer per uur voorbijraast, denk ik: we slaan wel een beetje door’, zegt een andere. ‘Biobased bouwen vereist herprioritering; als we niet prioriteren duurt het bouwen van nieuwe woningen drie keer zo lang.’

De bouwers en ontwerpers willen vooral sneller vooruit kunnen en aan de slag met biobased bouwen. Harold van de Ven heeft een definitieve toekomst geschetst en pretendeert dat de traditionele bouw ten dode is opgeschreven. De professionals in de zaal hebben nog even nodig om aan dat idee te wennen, en willen vooral stapje voor stapje aan de slag. Maar het thema, dat staat nu wel duidelijk op ieders netvlies.