Een stadsbouwmeester
Is het dan niet een idee om een stadsbouwmeester te introduceren die omgevingskwaliteit en architectuurbeleid kan borgen? In ieder geval wel als het aan Thomas Bedaux ligt. “In Groningen heb je een stadsarchitect. Die is er speciaal voor een betere brug tussen de praktijk en de gemeente. De stadsarchitect heeft er daar voor gezorgd dat er heel veel meer kwaliteit is toegepast. Twee jonge architecten hebben daar ook hun ding kunnen doen vanwege die stadsarchitect.”
Flexibeler dan een enkele stadsbouwmeester is misschien wel een stadslab, denkt ontwerper en onderzoeker Ton van der Hagen. “Daarin kunnen professionals samen met professionals van de gemeente denken over de stad. Je kunt met elkaar tot een overzicht van de stad komen, waardoor iedereen zich comfortabeler voelt om ook in die stad aan de slag te gaan. In mijn onderzoek naar de verdichting heb ik gebruik gemaakt van een expertpanel en een burgerpanel; dat was een enorme verrijking in de studie. Ik kan me voorstellen dat je dat in zo’n stadslab opneemt.”
Chantal Gulickx van Triborgh denkt dat die rol vergelijkbaar is met die van kwaliteitsteams, die we in Tilburg al meermaals gezien hebben. “Dat zijn teams die zich hard maken voor een bepaald gebied. In de Piushaven hebben wij daar prima ervaringen mee gehad. Het lijkt mij leuk om erover mee te denken, omdat ik twijfels heb hoe haalbaar het is om architectuurbeleid te ontwikkelen. Natuurlijk is het nodig, maar soms krijg je er ook geneuzel van: welke afvalbakken gaan we hier wegzetten? Er zijn al zoveel regels.”
Het laatste woord is aan wethouder Van der Pol. Die vindt die kwaliteitsteams ook prettig. “Zij zijn in interactie en gebiedsgericht aan de slag. Dat vind ik een goed gegeven. De Omgevingscommissie bewaakt de ondergrens. Dat is wel wat anders dan een lab. Het Atelier Vlaams Bouwmeester in Brussel vind ik een interessant voorbeeld: op een proactieve manier samenwerken met de markt en corporaties. Die dimensie mis ik wel: het doelgericht verkennen van de oplossingen van de toekomst. Dat moeten we gaan opbouwen.”
Met de sleutelposities wil Van der Pol een stapje verder gaan. “We doen het nu al deels. We hebben monumenten aangewezen en we werken met rijksbeschermde dorps- en stadsgezichten. Ik zou niet willen suggereren dat we met een kaart kunnen komenb– dat is misschien een optie – maar ik wijs er wel opbdat een stad als Kopenhagen daar heel zorgvuldig aan heeft gewerkt.
Sleutelposities, voor je weet loopt het van je weg, dat doen we deels al, we hebben monumenten aangewezen, we zijn al op die manier aan het werk, ik heb alleen aangegeven, wat vind je dan plekken die bijzondere aandacht verdienen? Ik vind dat we een stapje verder kunnen gaan, ik zou niet willen suggereren met kaart, maar ik wijs er wel op dat een stad als Kopenhagen daar heel zorgvuldig aan heeft gewerkt. We vinden dat een interessante gedachte. Maar daar zit wel wat nuance op: we gaan nu niet aanwijzen welke plekken in Tilburg bijzondere aandacht verdienen.”
Bij de borrel werd er nog uitgebreid verder gesproken over de onderwerpen die ter tafel zijn gekomen. Geïnteresseerde professionals worden in elk geval uitgenodigd om 27 en 29 juni een inspiratiesessie van de gemeente Tilburg bij te wonen om het thema ‘omgevingskwaliteit’ verder te bespreken en op de kaart te zetten.