Verslag

Rens van de Plas

Leren van Groningen: Bouw Anders

CAST&co

Daniel Libeskind, Allessandro Mendini en Rem Koolhaas. Alle drie leverden ze een architectonische bijdrage aan de noordelijkste stad van ons land. Directeur Peter Michiel Schaap van het architectuurplatform GRAS is vanuit Groningen naar Tilburg afgereisd om te komen vertellen over de manifestaties, die GRAS samen met partners organiseert en die Groningen wat architectuurbeleid betreft flink op de kaart hebben gezet.

Eerder dit jaar is een afvaardiging van Tilburgse stedenbouwers en ontwerpers naar Groningen vertrokken voor de jurering van de Groninger Architectuurprijs. Jurylid Ton van der Hagen vertelt daarover: ‘Groningen heeft projecten waar de stad trots op kan zijn. Er is een heel stimulerend architectuurklimaat. Je voelt dat mensen daar het gesprek over architectuur makkelijk met elkaar kunnen voeren. We hebben gekeken wat je daarvan in Tilburg kunt implementeren, maar dit is toch een andere stad dan Groningen.’

Peter Michiel Schaap
Peter Michiel Schaap

Groningen is vooral een hele eigenzinnige stad, denkt Peter Michiel Schaap. ‘De stad heeft een lange traditie op het vlak van ruimtelijke kwaliteit,’ zegt hij. Hij noemt het voorbeeld van het Groningse station. ‘Eind 19e eeuw kreeg Groningen een standaardstation eerste klasse toebedeeld. Dat was het grootste station bedoeld voor prominente provinciesteden. Groningen vond dat ontwerp niks, de stad wilde een echt Gronings station. Daar hebben ze een behoorlijke zaak van gemaakt.’ Het station van de hand van Izaak Gosschalk is in de wijde omtrek een pareltje, en het bewijs dat de stad zelf al vroeg een vinger in de pap wilde hebben.

De manifestatie – waarin stedenbouwers, ontwikkelaars en overheden samenwerken om een bepaald probleem of thema te agenderen én aan te pakken – vond zijn oorsprong in de jaren tachtig. Er zijn twee generaties manifestaties te onderscheiden, denkt Schaap. ‘Vanaf de jaren negentig waren de manifestaties bedoeld als viering. Daarna zijn we een andere koers gaan varen en zijn we veel dichter tegen de praktijk aangekropen. Sinds de manifestatie Intense Stad in 2002 en 2003 hangt de manifestatie veel meer met ontwikkeling samen.’

Die manifestatie Intense Stad, en alle manifestaties die volgden, waren heel veel tegelijk, benadrukt Schaap. ‘Er zat een grote diversiteit aan ideeën in. Sommige ideeën zijn heel studieus, andere weer agenderend en andere schuren tegen de praktijk aan. Zeldzaam snel na de manifestatie heeft Johannes Kapler een flat opgeleverd. Een prachtig pand met geweldige plattegronden erin.’ De manifestaties jagen de bouwcultuur dus flink aan en zorgen voor een versnelling van bepaalde ontwikkelingen.

Wat helpt is dat Groningen, in tegenstelling tot Tilburg, verhoudingsgewijs heel veel eigen grond in bezit heeft. ‘Daarmee konden ze een vliegwiel op gang brengen. Ze brachten eigen locaties en gebouwen in. De architectenselectie hoefde niet allemaal moeilijk met procedures, maar het was gewoon zoeken en netwerken. Er lag een hele sterke nadruk op kansen voor jonge bureaus en een mix van bureaus van binnen en buiten de stad.’

Alle manifestaties die Groningen heeft georganiseerd hebben publieksprogramma’s met curatoren gehad. Winy Maas cureerde bijvoorbeeld een van de manifestaties. ‘De curatoren zijn vooral bedoeld om uit te dagen, te inspireren. Winy Maas hield destijds gewoon consult. Iedereen kwam met zijn plannetjes en maquettes onder de arm langs. Daar werden de plannen goed tegen het licht gehouden en ging iedereen met huiswerk weer naar huis. Er was een collegiale dialoog.’

Na Intense Stad kwamen er nog vele andere manifestaties. Onder meer Intense Laagbouw, BouwJong!, Wonen in Stadshart en Sponsland passeerden de revue. Lang niet waren ze allemaal even succesvol. Van de Intense Laagbouw is niets gerealiseerd: die manifestatie is vooral erg studieus geworden en kreeg tegenwind van de kredietcrisis. Bij BouwJong! Was een prachtige toren bedacht, die aanpassing na aanpassing te verduren kreeg vanwege de aardbevingsproblematiek. De draagconstructie is van binnen naar buiten gegaan. Het is een heel sneu verhaal.’

Er gaan een heleboel dingen mis en het is zeker geen hosannaverhaal, erkent Schaap. Aan de andere kant vraagt hij zich af waarom de manifestatie niet als vanzelfsprekend wordt ingelijfd in de sector. ‘Hoe is het in godsnaam mogelijk dat we manifestaties nodig hebben? Waarom is hetgeen dat we binnen manifestaties doen niet de normaalste zaak van de wereld als je weet dat het sneller gaat, dat het beter wordt en dat de dialoog interessanter wordt? Aan de andere kant is het een wonder dat niet veel meer steden in Nederland dit doen.’

De laatste manifestatie die in Groningen heeft plaatsgevonden is Bouw Anders: een manifestatie waarbij architecten, stedenbouwers en ontwikkelaars worden aangemoedigd om vooral minder standaardappartementen te maken en meer te denken in nieuwe concepten, zoals meergezinshuizen of gemengde woonconcepten.

‘De oorsprong van die manifestatie is wel grappig,’ legt Schaap uit. ‘De wethouder kreeg de opdracht om vijf manifestaties te organiseren over duurzaamheid, bouwen voor ouderen, bouwen voor jongeren en ga zo maar door. Toen is er intern gezegd: eigenlijk gaat alles over de transitie naar het nieuwe wonen, dus hebben we al die thema’s samengevat in Bouw anders.’ De manifestatie slaagde buitengewoon omdat alle opgaven samen konden worden benaderd. Zeker vijf projecten zijn dankzij die manifestatie substantieel beter geworden, denkt Schaap.

De manifestaties zijn echter zeker niet vrijblijvend. Projecten die van onvoldoende kwaliteit zijn, halen het eindproduct in de vorm van een boek vaak niet. ‘Bij Bouw Anders hebben we er ook eentje niet meegenomen in het boek omdat die niet anders genoeg was. Dan heb je vijf fantastische projecten op een rijtje en staat er een drol van een project bij. We hebben die wel in de manifestatie meegenomen zodat we die opdrachtgever en architect konden blijven prikkelen om verder te komen, maar ze gingen toch de ondergrens niet over.’

Voor Bouw Anders was de Woonvisie van de gemeente Groningen het startpunt. ‘Door de projectgroep, bestaande uit mensen van de afdeling Wonen en van GRAS, is een startnotitie geschreven. We zijn begonnen met een heel grote kaart met potentiële locaties erop. We gingen van 35 naar vijftien locaties. Als er geen corona was geweest, hadden we er meer gedaan. Patrick van der Klooster van BPD en stadsbouwmeester Nathalie de Vries deden het curatorschap toen samen.’

Dan de vraag die menig aanwezige op de bovenste verdieping van het stadhuis bezighoudt: kan zo’n manifestatiecultuur ook voor Tilburg werken? ‘Ja, zonder twijfel’, reageert Schaap. ‘Het is vooral belangrijk dat de gemeente dit wil. Als wij dit zelf hadden gedaan, hadden we leuke plannetjes en boekjes gemaakt, maar waren ze allemaal de bureaula ingegaan. Omdat de manifestaties bestuurlijk omarmd worden, gaat het goed. Het hoeft niet uit te maken dat Tilburg minder grondposities heeft. Je hebt ook niet per se een stadsbouwmeester nodig om een manifestatie te organiseren.’

De gemeente moet wel een voortrekkersrol spelen. In Groningen is er dan ook altijd een gemeentelijke projectgroep die meedoet aan de manifestaties. ‘Mensen binnen de gemeente zijn continu bezig met de waan van de dag. Als je niet oplet sneuvelt een manifestatie binnen de kortste keren. Je hebt mensen nodig die weten hoeveel tijd die manifestatie in beslag neemt, die duidelijke taakstellingen afgeven en zich committeren. Ik denk dat dat binnen de gemeente nog beter kan: veel dingen zijn niet vloeiend gegaan vanwege onvoldoende interne afstemming.’

Een professional in de zaal is vooral benieuwd hoe het met de supervisors zit die Groningen af en aan heeft gehad. ‘Op een gegeven moment hadden we een stadsbouwmeester die er maar anderhalve dag in de twee weken was. Om dat op te vangen zijn er meerdere supervisors benoemd. Daarvoor hadden we ook al wat supervisors omdat Jeroen de Willigen een prominente rol in de stad speelde, zelf ook stadsbouwmeester was en dubbele petten wilde voorkomen. Zoals je hulpsinterklazen hebt, heb je hulpstadsbouwmeesters. Die hebben we in Groningen ook voor het bevingsgebied, bijvoorbeeld.’

Een medewerker van de gemeente Tilburg vraagt zich af waarom private partijen aan zo’n manifestatie meedoen. Naast de aandacht voor bepaalde problematiek en het stimuleren van onderlinge dialoog, ziet Schaap ook dat er coalities ontstaan. ‘Mensen zitten niet als concurrenten aan tafel. Door die manifestaties ontstaat er speelruimte. Op een plek in Groningen is de gemeente uitgedaagd om het stedenbouwkundig plan beter te maken en anders met parkeren om te gaan. Dat is voor iedere opdrachtgever buitengewoon prettig: ruimte voor overleg met wederkerigheid als belangrijkste doel.’

Voor een veranderend politiek klimaat hoeven steden niet te vrezen, denkt de directeur van GRAS. ‘De lijst van manifestaties is in Groningen door de raad bedacht en de ideeën kwamen bij alle partijen vandaan, van de VVD tot de SP. Dat maakt op zich niet zoveel uit. Men is gewend aan het instrument.’ En: ‘Capaciteit bij de gemeente is nog belangrijker dan geld. Ook al kost de manifestatie geld, die betaalt zich dubbel en dwars terug.’

Alleen met voldoende capaciteit kun je de boel versnellen, denkt Schaap. ‘Ik verwijt de gemeente vaak postzegelplanologie. Er gaat veel goed en er zijn fantastisch geslaagde incidenten, maar er ligt nog een opgave in van het nieuwe het gewone maken. Wij bij GRAS zeiden heel duidelijk: “Wees je bewust van wat er in een buurt speelt.” Toch gebeurde dat nog niet goed genoeg. Koen van Velzen studeerde op een plek in Vinkhuizen en vroeg zich af of er daar niet een supermarkt weg kon. De directeur vastgoed zei toen: “Verrek, we zijn er net mee in overleg.” Dat kwam relatief laat pas ter tafel en dat is een bevestiging dat je de opgave niet breed genoeg hebt geformuleerd.’

Er is ook nog interesse in die rol van de stadsbouwmeester vanuit de zaal, en vooral wat die wel en niet zou moeten doen. Schaap: ‘Veel stadsbouwmeesters komen niet aan hun taakstelling toe. Hun functie is vaak meerledig: ze hebben een adviesrol, ze hebben een rol in projecten als supervisor, een rol in de welstand én een agenderende taak. Ook het Atelier Stadsbouwmeester komt niet aan alles toe wat ze willen doen. Je wil juist dat ze de helft van de tijd voor het heden hebben en de helft van de tijd voor de toekomst. We hebben onze instellingen en instituties zoals het Nederlands Architectuurinstituut om zeep geholpen, dat helpt ook niet’, zegt hij.

‘Het is de kracht van de stadsbouwmeester dat die continu aan tafel zit’, zegt Thomas Bedaux van Bedaux de Brouwer Architecten, die zelf ooit een project in Groningen heeft gemaakt. ‘We hebben hier een omgevingscommissie, maar die komt vooral achteraf. Het helpt als er een vreemde aan tafel zit om de kwaliteit te waarborgen.’

Is het zo bezien een idee om een volgende manifestatie in samenwerking tussen Tilburg en Groningen op te pakken? Wie weet. ‘Volgens mij zou dat top zijn. Niet dat wij komen verkondigen hoe het moet: ik geloof heilig in de combinatie van kennis van binnen en buiten. We denken er bij GRAS al langer over om samen met een andere stad een manifestatie te doen’, zegt Schaap. Dat belooft wat!