C. Er wordt gesproken over de woningmarkt en woonproducten. Hoe kijken jullie daar tegenaan?
S. Ik vind het storend dat gesproken wordt over wonen als een product. Een woning is de plek waar je leeft, dus dat is veel meer dan een product. Het impliceert bovendien dat er ook een consument is die iets in te brengen heeft, maar dat is dus lang niet altijd het geval.
P. Toch is de woning wel gewoon een product. Het heeft heel veel consequenties en je kan discussieren over wie het moet betalen maar het is een product op de woningmarkt. En als een ontwikkelaar niet met een product komt dat aansluit bij de woonvoorkeuren van consumenten dan raakt hij het gewoon niet kwijt. Ik zeg altijd: de markt dat zijn we zelf.
S. Toch zijn er veel mensen die zich gedwongen zien om dan maar ergens genoegen mee te nemen. Die mensen hebben een realistisch beeld van wat de woning die ze nodig hebben maar komen uit bij een noodoplossing. Dat is een situatie die vraagt om regulering van de overheid. Ik zou zelf trouwens eerder zeggen: de overheid dat zijn wij zelf want door te stemmen kiezen we voor een bepaald woonbeleid.
P. Ik ben ook erg voor reguleren. Ik heb een voorstel gemaakt voor de particuliere huursector die nu sterk gaat krimpen en waar we in het geliberaliseerde deel enorme prijsstijgingen gaan krijgen. Je moet daar zodanig gaan reguleren dat er nog wel geïnvesteerd wordt. Als de huren te hoog worden dan moet je dat compenseren via subsidies. Toen we volkshuisvesting hadden in de jaren tachtig gaven we 6 tot 7 procent van de overheidsbegroting uit aan objectsubsidies. Dat zou in deze tijd 30 tot 35 miljard euro zijn. Dat is geld dat je dan dus niet kan besteden aan zaken als gezondheidszorg, onderwijs en klimaat.
Overigens zijn de woonlasten in Nederland niet bijzonder hoog. We hebben hier wel relatief veel mensen met heel lage woonlasten – ook in de huursector. Dat maakt het woonvraagstuk eerder tot een verdelingsvraagstuk. Als we komen tot een eerlijker verdeling dan zijn die hoge woonquotes waarbij mensen misschien wel de helft van hun inkomen aan wonen uitgeven helemaal niet nodig. Je zou bij eigenaar-bewoners bijvoorbeeld bij verkoop van de woning belasting moeten heffen over een deel van de overwaarde net zoals dat in de VS, Frankrijk en Spanje gebeurt. En onze hypotheekrenteaftrek is natuurlijk een enorme bak ondoelmatige subsidie.
S. Ja, daar gaat nog meer geld naartoe dan naar de huursubsidie. Ik zie een kapot systeem. In Nederland hebben we ontzettend veel woningen die ooit gebouwd zijn als betaalbaar maar nu veel te duur zijn geworden. In de jaren vijftig en zestig konden gewone rijtjeswoningen op een modaal salaris gekocht worden. Dat is nu ondenkbaar. We mogen dus best bevragen of die prijsstijgingen, die niets meer te maken hebben met inflatie, of die nog wel gezond zijn en wat we kunnen doen om ze te verminderen.
Een mogelijkheid is om tussen markt en overheid ruimte te maken voor andere vormen, zoals coöperaties. Punt is wel dat die nu vrij veel energie en tijd vragen van hun deelnemers en daarmee best exclusief zijn. Professionele sturing is daarin nodig. Een andere optie is de Community Land Trust, een vorm die bijvoorbeeld in Brussel succesvol is. De grond komt dan in een grote trust waar verschillende partijen aan deelnemen zoals overheid maar ook bepaalde sociale instellingen. Mensen kunnen dan een woning huren of kopen maar wel met de afspraak dat die niet met winst verkocht mag worden. Daarmee haal je de woningen uit de markt en uit de sfeer van speculatie en maak je het wonen blijvend betaalbaar.
P. En tegelijkertijd moeten we vaart maken. Dat we voor de komende 10 jaar 1 miljoen nieuwe woningen nodig hebben is waarschijnlijk een onderschatting.
S. Met Platform Woonopgave zeggen we: kijk eerst naar bestaande voorraad en probeer daar je woningen te vinden, bijvoorbeeld door te splitsen. En als je nieuwe woningen bouwt zorg dan dat je ook andere opgaves meeneemt zoals de energietransitie, de mobiliteitstransitie en leefbaarheid. We moeten onze aandacht richten op de vraag waar we dat nieuwe wonen het beste kunnen inzetten om transities te versnellen.
P. Maar binnenstedelijk kunnen we de woonproblematiek onvoldoende snel oplossen. Het gaat langzamer, is duurder en een groot deel van de mensen wil er niet wonen.
S. We zijn natuurlijk opgevoed met de rijtjeswoning of zelfs de vrijstaande woning als woonideaal. Maar binnenstedelijk wonen kun je ook op hele veel verschillende manieren vormgeven. Daarvoor moeten we architecten ruimte bieden om goede ontwerpen te kunnen maken. Je ziet nu in de middenhuur en de sociale huur veel aanbod van woningen van 50 tot 60 m2. Dat is best een prima maat maar het probleem is dat bijna alle plattegronden net dieper zijn dan dat ze breed zijn en enkelzijdig daglicht hebben. Daardoor is er niet genoeg gevel voor een tweede slaapkamer. Stel nu dat je zo’n woning iets breder maakt met hetzelfde aantal vierkante meters, dan kost dat 2000 euro extra per woning op de bouwkosten. Je kunt er dan nog net een kleine slaapkamer bij maken zodat iedereen met een kind er ook nog kan wonen.
P. Helemaal mee eens, daar gaat het mis. Dat zouden we via bouwreguleringen en afspraken niet moeten toestaan.