Interview

Rens van de Plas

Duurzaam bouwen: Lessen uit de praktijk

Duurzaam bouwen, wat houdt ons tegen?

Een demontabel stadskantoor

Architect Jos van Eldonk van Common Affairs gaf vorm en kleur aan de Stadswinkel, het nieuwe Tilburgse stadskantoor. De oude bibliotheek in het stadscentrum toverde hij om tot een pareltje met een heel eigen karakter.

Foto: Arjen Veldt
Foto: Arjen Veldt

De ambitie

‘Toen we begonnen betrof het vooral een interne verbouwing van de bibliotheek’, vertelt Jos. ‘Later heeft de gemeente Tilburg gesteld dat ze ook wilden dat het gebouw circulair en biobased getransformeerd zou worden. Het begrip biobased stond toen, zes jaar geleden, nog in de kinderschoenen. We hebben een strategie van vijf stappen gevolgd om zo duurzaam mogelijk te werken. Daarbij gaat het om kiezen voor zoveel mogelijk producten van plantaardige oorsprong. Als dat niet lukt kies je voor herbruikbare of hernieuwbare producten.’

Het onderscheidende

Hergebruik is het sleutelwoord bij de Stadswinkel. ‘We hebben heel zorgvuldig gesloopt. De kap is hergebruikt, sommige toiletgroepen zijn behouden. Andere onderdelen zoals ventilatieroosters of deurdrangers zijn op andere locaties in de gemeente terechtgekomen. Onderdelen als kiepramen en lamellen zijn verkocht’, zegt Jos.

Wat er nieuw moest komen, moest zo biobased mogelijk zijn. ‘We wilden producten die opnieuw kunnen groeien als je ze weghaalt en die netjes kunnen vergaan, zoals hout. Waar dat niet lukte, hebben we geprobeerd materialen te vinden die op een goede manier te demonteren zijn. We hebben zo weinig mogelijk samengeperste en verlijmde materialen gebruikt en alle materialen van het gebouw zijn vastgelegd in een materiaalpaspoort.’

De uitdagingen

Er zit vaak een spanning tussen ambitie en werkelijkheid, erkent Jos. Ambities vragen niet alleen om lef; ze kosten ook geld. ‘De gemeente Tilburg had er het geld voor over om de ambitie te realiseren. Maar zelfs dan kan het gaan wringen omdat niet alle biobased materialen aan de traditionele kwaliteitseisen voldoen. Het brengt gemeenten in een tweestrijd: politiek wordt de ambitie uitgesproken om voorop te lopen, maar men wil tegelijkertijd zekerheid hebben’, gelooft hij.

Vaak willen opdrachtgevers ook allerlei garanties, maar veel nieuwe producten kunnen die garanties nog niet bieden. ‘Ik vind het nog steeds heel jammer dat het niet gelukt is om de gevelelementen in accoya-hout uit te voeren. De gevel was wel in Zweden op brandveiligheid getest, maar niet in Nederland. Uiteindelijk wilde niemand daar verantwoordelijkheid voor nemen en hebben we een andere houtsoort moeten kiezen.’

De lessen

Jos weet inmiddels dat de bouw nog een mentaliteitsverandering moet doorgaan. ‘Veel jongens die op zo’n bouwplaats staan, zijn nog helemaal niet gewend om duurzaam te werken. Zij kitten en purren alles vol, dat is lekker makkelijk en zo zijn ze het gewoon. Schroeven gebruiken en klemverbindingen maken is ook ingewikkelder. Je moet uitleggen waarom het belangrijk is dat ze materialen ‘losmaakbaar’ vastzetten. Er zit een stukje missiewerk bij.’

Het veranderen van een industrie is tenslotte niet zomaar gebeurd. ‘Ik weet inmiddels dat er nog veel aan greenwashing wordt gedaan. We vinden het allemaal geweldig als een gebouw balkons heeft met bomen erop. Dat ziet er super duurzaam uit, maar die ene boom daar plaatsen en bevloeien met drinkwater kost omgerekend wel tachtig echte bomen. Natuurlijk wil je een spannend gebouw maken, maar het gaat wel om échte impact maken, zeker als het gaat over onze natuur.’

Het duurzame magazijn

Niemand is zo in zijn hum met zijn rol als Winfried Rooswinkel. Hij is projectmanager bij VP Capital, het bedrijf achter werkkledingfirma HAVEP. Namens zijn bedrijf begeleidde hij de nieuwbouw van het Goirlese hoofdkantoor.

Foto: Ossip van Duivenbode
Foto: Ossip van Duivenbode

De ambitie

Het hoofdkantoor moest verkassen, van een industriële locatie naar een nieuwe plek een paar honderd meter verderop. ‘Die nieuwe locatie was in vierkante meters een stuk kleiner. We hebben een ontwerp gemaakt waarbij het ongeveer moest kunnen. We hebben ons magazijn in hout laten uitvoeren. Daar hebben we wel staal voor gebruikt om voor een stukje stijfheid te zorgen. Maar stel dat wij deze hal niet meer nodig hebben, dan is-ie integraal ergens anders weer op te bouwen.’

Het onderscheidende

Voor delen van het exterieur zijn oude, verweerde planken gebruikt van een gebouw uit Amsterdam, die de architect bij toeval op het spoor kwam. ‘Ze zijn aan de gevel van het magazijn aangebracht, maar ook in het rokershokje en de fietsenstalling keren ze terug. En paaltjes uit het oude hoofdkantoor hebben we hier voor het afdak gebruikt’, zegt Winfried. Aan de bewoners die vlakbij het nieuwe pand wonen is ook gedacht: aan één zijde van het terrein is een tuin gerealiseerd, waar ook bewoners van de aangrenzende straat gebruik van kunnen maken.

Het oude gebouw is duurzaam gesloopt. ‘We hebben 1200 zonnepanelen van ons oude gebouw meegenomen naar het nieuwe. De sloper heeft complete hallen van HAVEP doorverkocht. Onze oude magazijnrekken zijn weer in andere utiliteitsgebouwen terecht gekomen.’ Op het voormalige terrein van HAVEP verrijst de komende jaren de natuurinclusieve woonwijk Land van Anna, waar kruidenrijke grasbermen en een vleermuistoren komen.

De uitdagingen

Een van de grootste tegenslagen bij de bouw was het slechte weer. ‘Dat zorgde voor zwarte plekken van optrekkend vocht op het hout. Die zie je binnen op sommige plekken nog zitten. Voor ons is dat niet zo erg, maar bij een gebouw voor een verzekeringsmaatschappij zou het bijvoorbeeld niet heel netjes zijn. Je kunt bij grote houten constructies natuurlijk geen tenten neerzetten, maar het is wel iets om je bewust van te zijn dat hout een kwetsbaar materiaal is.’

Dat vraagt ook om bedrijven met kennis van zaken. ‘We hebben meegemaakt dat een grote, houten spant niet verder over z’n schoen wilde zakken. Dat vraagt dan echt om stevig overleg en een andere blik. We hebben een andere partij moeten inhuren met genoeg knowhow op het gebied van montage, die die spanten op een andere manier kon laten zakken. Daar kwam zelfs een beetje groene zeep aan te pas’, lacht Winfried.

De lessen

De kundigheid zat ’m vooral in het samenspel tussen alle partijen. Een zogenaamde BIM-coördinator is dan onmisbaar; die zorgt dat iedereen in fases blijft werken en dat de digitale modellen up-to-date blijven. ‘Als de waterleiding er eerder ligt dan de goten voor elektra, kan dat problemen geven. Een BIM-coördinator zorgt dat iedereen in de pas loopt en dat het digitale model van het gebouw voortdurend wordt bijgewerkt.’

Winfried heeft meegemaakt dat de bouwers een dag kwijt waren om alle eventuele foutjes uit de modellen te poetsen. Zonder BIM-coördinator hadden ze daar waarschijnlijk nog langer over gedaan. ‘Zeker bij dit soort nieuwe, duurzame gebouwen is zo iemand belangrijk, omdat klassieke bouwers nog niet gewend zijn aan deze manier van bouwen.’

Een universiteitsgebouw uit hout

Stefan Prins en Janneke van der Velden van Powerhouse Company waren als architecten betrokken bij de realisatie van het nieuwe Marga Klompé-gebouw van Tilburg University. Een gebouw opgetrokken uit hout met een schil van natuursteen.

Foto: Sebastian van Damme
Foto: Sebastian van Damme

De ambitie

Het stond helemaal niet vast dat dit gebouw in hout zou worden uitgevoerd, vertelt Stefan. ‘De universiteit had de ambitie uitgesproken voor een duurzaam gebouw, maar focuste vooral nog op duurzame energie. Wij hebben gezegd dat als je écht een duurzaam gebouw wil, je ook naar materialen moet kijken.’

Hun plan kreeg de zegen van de universiteit. ‘Zo’n gebouw is wel een stukje duurder. De universiteit heeft besloten extra budget vrij te maken en heeft tegelijkertijd nóg meer ambities neergelegd. Nu hebben we een hele hoge duurzaamheidsscore en zijn we bijna energieneutraal – het ligt er net aan of de zon veel schijnt.’

Het onderscheidende

Niet alleen het casco is van hout, ook veel van de wandafwerkingen en plafonds. Alle lokalen zijn van hout en op de begane grond bevindt zich zelfs een houten collegezaal. ‘Dit is waarschijnlijk het eerste universiteitsgebouw in Europa dat uit hout is opgetrokken. Er hangt nog wel een stalen balk boven de collegezaal, maar als we die overspanning volledig in hout hadden moeten uitvoeren, hadden we daarvoor bijna een verdieping extra nodig gehad’, zegt Stefan.

Als het zomer is, zal het gebouw tot bloei komen. ‘Straks staat het gebouw echt in het landschap. Beneden lopen de houten kolommen van de collegezaal door naar de boomstammen buiten. Op de etages kijken studenten straks uit op de kruinen van de bomen. Ze studeren dan als het ware tussen de boomtoppen’, legt Janneke uit. ‘Op deze strook aarde groeit straks gras, dat komt tot aan de gevel’, vult Stefan aan.

De uitdagingen

De eisen die de brandweer stelde aan het gebouw, vond het duo lastig. ‘Er kwam ineens nieuwe regelgeving. Het trappengat mocht toen niet meer open zijn, er moesten brandschermen komen. Het is lastig om die zonder kwaliteitsverlies in te brengen’, zegt Janneke. ‘Als je het niet weet, zie je niet dat het er eigenlijk niet hoort. Maar op die eisen van de brandweer moeten we altijd goed anticiperen; brandweerkorpsen hebben toch altijd het idee dat ze strenger naar houten gebouwen moeten kijken.’

De lessen

Hoewel het tweetal al meerdere projecten in hout heeft uitgevoerd, hebben ze zo hun lessen geleerd van deze klus. ‘Bij dit gebouw tekenden we vaak één element, zoals de trap, maar die wordt dan zo geleverd dat de afwerking er later opkomt. En in de trap zitten bijvoorbeeld diagonale schroeven in die daarna handmatig worden afgedekt. Dat is een hele andere manier van werken dan wij als architecten gewend zijn.’

Dat sommige houtsoorten automatisch met een bepaalde coating komen, was ook verrassend, vindt Janneke. ‘Niemand vertelde ons dat sommige prefab-elementen met een beschermende coating kwamen. Het is moeilijk de houten componenten van verschillende leveranciers te voorzien van afwerkingen die mooi op elkaar aansluiten. De eisen van duurzame certificering zijn hoog. Vroegtijdig afstemmen is belangrijk, maar dat staat nog niet bij iedereen helder op het netvlies.’ Dat blijft dus een aandachtspunt bij toekomstige projecten.

Studenten maken inmiddels al volop gebruik van het gebouw. ‘Het is mooi om te zien dat het gebouw werkt’, zegt Stefan. Deze zomer is het gebouw in volle glorie te zien.