Essay

Marjet Rutten

Duurzaam bouwen: Pro-actief handelen is noodzakelijk

Duurzaam bouwen, wat houdt ons tegen?

We staan met z'n allen voor een grote opgave. Om de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 1,5 graad, moet onze CO2 uitstoot flink dalen. Bovendien moet Nederland in 2050 volledig circulair zijn. 

Een belangrijke stap in dit proces is ons gebruik van primaire grondstoffen halveren in 2030. Daarnaast moeten we werken aan natuurherstel onder meer door het drastisch terugbrengen van stikstof. De bouwsector is in al deze doelen ongelooflijk belangrijk. Hoe maken we zo goed mogelijk impact met elkaar? In ieder geval niet door te wachten op regelgevingen of te bouwen zoals we dat de afgelopen jaren deden.

Te weinig aandacht voor materiaalimpact

De gebouwde omgeving is verantwoordelijk voor 39% van de CO2 uitstoot in Nederland. Volgens analyses van het KEV en Nibe zit maar liefst 11% van de CO2 uitstoot in de productie van bouwmaterialen. Beton, staal en glas zijn voorbeelden van producten met een grote footprint. Door keuzes te maken voor andere bouwmaterialen kunnen we morgen besparen. Het is daarom des te opvallend dat daar de afgelopen jaren nog weinig aandacht naar uit ging.

Materiaalgebruik gaat echter niet alleen over CO2 uitstoot. Het Rijksbrede programma ‘Nederland circulair in 2050’ rekent ons voor dat de bouw in Nederland naar schatting 50 procent van het grondstoffenverbruik voor zijn rekening neemt. En daarnaast 40 procent van het totale energieverbruik en 30 procent van het totale waterverbruik. Bovendien berekende het PBL dat de bouwsector verantwoordelijk is voor 33 procent van de Nederlandse afvalproductie.

Carbon Based Design

De Nederlandse bouwsector is dus grootgebruiker van primaire grondstoffen en kan aan de doelstelling deze in 2030 te halveren bijdragen door de toepassing van verschillende strategieën. We noemen dat de vijf principes van Carbon Based Design. Hanteer je deze principes dan kijk je integraal naar de mogelijkheden om emissies terug te brengen. Maar wat verstaan we onder deze stappen?

  • Niet bouwen

De meest duurzame manier van bouwen is niet bouwen. Dus de eerste vraag is moeten we wel echt (nieuw) bouwen? Zijn er geen andere manieren om een bijdrage te leveren aan de vraag achter de vraag? Een voorbeeld hiervan is de afschaffing van de kostdelersnorm. Mensen die een uitkering krijgen en samenwonen worden gekort in hun uitkering waardoor het in voorkomende gevallen gunstiger is twee huizen aan te houden of je kind op straat te zetten als deze volwassen is.

Dichter bij de bouw zijn er ook voorbeelden waarbij er weliswaar nog iets aan bouwwerkzaamheden plaatsvindt maar veel minder dan we gewoon zijn. Bijvoorbeeld door woningen te splitsen. Woningcorporatie Zayaz uit ’s-Hertogenbosch is een koploper op het gebied van woningsplitsen. Maar je kunt ook denken aan transformeren in plaats van sloop-nieuwbouw. Zo transformeerde MVRDV een gebouw in Shenzhen. Er werd ongeveer 24.000 kubieke meter beton bespaard door niet te slopen en nieuw te bouwen. Dat resulteert in een koolstofbesparing die gelijk staat aan 11.800 vluchten van Amsterdam naar Shenzhen. De opdrachtgever was echter niet overtuigd door het duurzaamheidsargument. Wel door het feit dat de bouwtijd 1,5 jaar in plaats van 5 jaar betrof wat 3,5 jaar extra inkomsten opleverde.

  • Anders bouwen en ontwerpen

Ontwerpkeuzes en bouwmethoden hebben ook veel invloed op het materiaalverbuik en de CO2 impact. Gelukkig wordt hier ook toenemend naar gekeken. Het aandeel industriële bouw stijgt al jaren sterk wat leidt tot minder afval (en daarmee minder materiaalgebruik) en beter hergebruik van afval dan wanneer je bouwt op de bouwplaats. Op de bouwplaats is er sprake van een minder homogene afvalstroom in kleinere volumes en verpakkingseenheden. Bovendien is er minder ruimte, waardoor restafval al snel bij elkaar in de container wordt gegooid en niet terug naar de oorspronkelijke fabrikanten gaat.

Wat daarnaast ook veel invloed heeft op de CO2 impact en het materiaalverbruik is hoe en wat we ontwerpen. Integrale afwegingen op gebouw- en gebiedsniveau met dynamische parametrische modellen zien we daarvoor steeds vaker. Vaak nog van grotere bureaus die zelf een eigen tool ontwikkelen zoals bijvoorbeeld de Carbon Cost Tracker van LEVS. Middels goede modellen kunnen we echt goede afwegingen maken. Denk bijvoorbeeld aan de vraag hoeveel verdiepingen de minste milieu-impact heeft. Daarbij ook rekening houdend met leidingwerk, wegennet etc. Door goed inzicht kun je grote impactmakers (denk aan kelders) snel traceren en alternatieve oplossingen eenvoudig doorrekenen.

Ook levensduurverlenging van gebouwen is een thema dat past bij anders bouwen en ontwerpen. De alom bekende scheiding van drager en binnenwanden van Habraken zorgt bijvoorbeeld voor meer flexibiliteit ook voor toekomstig gebruik en andere bestemmingen.

Door te transformeren in plaats van sloop/nieuwbouw was er een koolstofbesparing die gelijk staat aan 11.800 vluchten van Amsterdam naar Shenzhen.”

  • Recycled bouwen

Een derde strategie is bouwen met zoveel mogelijk secundaire materialen. Daarbij kun je materialen zo goed als één-op-één hergebruiken. Een goede oplossing maar wel een ingewikkelde in verband met garanties, beschikbaarheid etc. Er zijn wel steeds meer platformen beschikbaar waar je kunt zoeken naar materialen (zoals Insert), maar het zou goed zijn als deze ook aan elkaar worden gekoppeld.

Naast één-op-één hergebruik kun je ook vrijgekomen materialen verwerken tot nieuwe materialen. Een mooi voorbeeld hiervan is het circulaire beton van New Horizon samen met de Rutte Groep. Dit beton zorgt voor 60-80% CO₂-reductie ten opzichte van traditioneel beton.

Belangrijk is te realiseren dat we echter niet de hele bouwopgave met secundaire materialen kunnen invullen. Hergebruik kan slechts voorzien in 20% van de materiaalvraag voor gebouwen als al het vrijkomende materiaal zou worden hergebruikt zo blijkt uit een rapport van het EIB[1]. Op dit moment hergebruiken we slechts 8% van de materialen zoals blijkt uit een rapport van PACE[2].

[1] Stichting Economisch Instituut voor de Bouw (EIB), rapport: Materiaalstromen in de bouw en infra, materiaalstromen, milieu-impact en CO2-emissies in 2029,2030 en 2050, gepubliceerd april 2022

[2] Platform for Accelerating the Circular Economy (PACE), The Circularity Gap Report, gepubliceerd in 2022.

  • Biobased bouwen

Hoe we dan toch 100% circulair in 2050 kunnen zijn als er niet genoeg materialen beschikbaar komen

en we wel een bouwbehoefte hebben? Het antwoord op die vraag is biobased bouwen. Onder biobased bouwen wordt verstaan het bouwen met natuurlijke grondstoffen die na het ‘oogsten’ snel terug groeien. Dat laatste is een belangrijk verschil met bijvoorbeeld aardolie en steen. Ook dat zijn natuurlijke grondstoffen, maar die groeien niet op korte termijn terug en zijn dus niet hernieuwbaar. Bijkomend voordeel van biobased bouwen is dat bomen en planten grote hoeveelheden CO2 opnemen uit de atmosfeer tijdens hun groei. Deze CO2 blijven ze vasthouden totdat ze worden verbrand/aangetast. Deze opslag duiden we aan met de term Construction Stored Carbon (CSC) en deze opslag is geld waard.

  • Laag impact bouwen

De laatste strategie is laag impact bouwen. Bij laag impact bouwen hebben we het over het zorgen dat de uitstoot van traditionele producten die we gebruiken naar beneden gaat door productontwikkeling en verduurzaming van productieprocessen. Dit is de huidige industriepolitiek. Die stuurt vooral op CO2-emissie verlaging door een efficiëntere bestaande industrie-praktijk. Niet onbelangrijk maar deze strategie gaat voorbij aan de vraag of materialen echt nodig zijn en of er geen CO2-extensievere substituten zijn te vinden. Door naar de vijf principes van Carbon Based Design te kijken neem je alle strategieën mee.

Waarom bouwen we niet duurzaam?

Als we zoveel beter moeten en kunnen als bouwsector waarom is het dan niet vanzelfsprekend? De organisatie van de sector maakt dat de bouwsector als geheel als behoudend en risicomijdend wordt getypeerd en waar kostenbeheersing een belangrijke drijfveer is achter keuzes, meer

dan innovatie, zo blijkt uit een onderzoek van EIB[3]. Het resultaat is dat we nogal eens focussen op wat minimaal moet van de regelgever in plaats van wat maximaal kan. En dat we vanuit gemak vaak terugvallen op het bekende.

Hoe zit het dan met wat er moet? Op dit moment focust voornamelijk de Milieu Prestatie Gebouwen (MPG) op de materiaalimpact in de bouw. De MPG is bij elke aanvraag voor een omgevingsvergunning verplicht voor kantoorgebouwen groter dan 100 m2 en nieuwbouwwoningen. De MPG geeft aan wat de milieubelasting is van de materialen die in een gebouw worden toegepast en wordt berekend als de som van de schaduwkosten van deze materialen.

Er is – vreemd genoeg – nog geen norm voor de renovatiemarkt terwijl de renovatiemarkt wel voor meer dan een derde verantwoordelijk is voor de CO2-uitstoot en het aandeel van renovatie steeds meer toeneemt.

[3] Stichting Economisch Instituut voor de Bouw(EIB), rapport: Innovatie in de bouw, opgaves en kansen, gepubliceerd in 2017

Wat je in de praktijk ziet is dat bedrijven hun hele ontwerp af hebben en dan kijken of hij voldoet aan de MPG.”

Materiaalimpact nu alleen als vinkje voor de vergunning

Om de MPG te berekenen gebruiken we data uit de NMD. De Nederlandse systematiek kent daarvoor de onderstaande opbouw. Hierbij worden 19 milieu-effectcategorieën meegenomen. Dat gaat dus verder dan CO2. Veel biobased materialen hebben nog geen officiële milieukaarten en krijgen daarom een strafpenalty van 30% op de aangenomen impact.

De huidige MPG-eis is eenvoudig te halen en spoort partijen onvoldoende aan om meer te doen. Wat je in de praktijk ziet is dat bedrijven hun hele ontwerp af hebben en dan kijken of hij voldoet aan de MPG. Mocht dit onverhoopt toch niet het geval zijn, dan wordt er een kleine aanpassing doorgevoerd. Dit is natuurlijk een suboptimale aanpak die niet echt bijdraagt aan zo maximaal mogelijk duurzaam bouwen. De transitie die we moeten maken is dat we tijdens de ontwerpfase de milieu-impact meenemen en de principes van Carbon Based Design toepassen om een zo’n slim mogelijke ontwerp te maken en continu rekening houden met de CO2 uitstoot van de ontwerpkeuzes.

Weeffouten in het systeem

Door vanuit CO2 te redeneren bieden we ook een oplossing om met de huidige weeffouten in het stelsel om te gaan. Door de weeffouten in de MPG worden natuurlijke materialen benadeeld ten opzichte van beton en staal. Ten eerste wordt de opslag van CO2 in natuurlijke materialen niet meegenomen in de rekenmethode, waardoor ze minder duurzaam scoren dan ze zijn. Ten tweede wordt verondersteld dat beton en staal na de sloop van een gebouw hergebruikt wordt, maar natuurlijke materialen niet. Deze kwetsbaarheden van het Nederlandse systeem komt steeds meer bloot te liggen zoals bijvoorbeeld in een TV-uitzending van ‘Wat houdt ons tegen’[4] of in het artikel ‘Een CO2-eis voor de bouw? Toch maar even niet[5]’ in Trouw. De bedoeling was ooit om hergebruik van bouwmaterialen als beton en staal te stimuleren, maar het effect is dat nu natuurlijke materialen benadeeld worden. Terwijl ook natuurlijke materialen goed te hergebruiken zijn. Door deze weeffouten komt een betonnen huis vaak beter uit de bus en scoort een lagere MPG dan een houten huis.

De huidige regelgeving, met de aannames over en bonussen voor het hergebruik van materialen, kijkt naar hoe vervuilend een gebouw is over een periode van 75 jaar, van bouw tot en met sloop. Op zichzelf nuttig, maar voor het klimaat duurt dat te lang. De pijn zit hem in de komende twintig jaar. Daar moet ook beleid voor komen. Daarnaast weten we niet hoe de wereld er over 75 jaar uit ziet. Aan wat voor materialen we dan behoefte hebben en of fabrikanten nog bestaan.

De hoogste tijd

Wat we wel weten is dat we over 26 jaar circulair en klimaatneutraal moeten zijn. Dus alle producten die we vanaf die tijd toevoegen zouden inherent duurzaam moeten zijn. Wat we ook weten is dat biobased materialen geen afval met zich meebrengen. In het ‘ergste’ geval is het mest voor de grond (mits er geen schadelijke bewerkingen zijn geweest). We weten ook dat biobased materialen een gezonde en comfortabele omgeving met zich meebrengen.

Maar wat we vooral weten is dat we NU een CO2 probleem hebben. En dat mensen aan de andere kant van de wereld daar nu al gruwelijke gevolgen van ondervinden. In 2022 waren er alleen al in Afrika 110 miljoen mensen getroffen door klimaatverandering. In Somalië raakten 1,2 miljoen mensen ontheemd door het gebrek aan regen. We hebben hier in Nederland geprofiteerd van de industriële revolutie en zijn het nu verplicht dat we extra hard lopen om de ellende die we daarmee vooral in andere landen veroorzaken te minimaliseren.

[4] NPO, Wat houdt ons tegen, aflevering 4: Een beter Milieu begint op de Bouwplaats, 10 dec 2023

[5] Daphné Dupont-Nivet en Bobby Uilen, Een CO2-eis voor de bouw? Toch maar even niet, Trouw, 8 dec. 2023

“Uiteraard hoeven we helemaal niet op de overheid te wachten. Regelgeving is immers het minimale waar je aan moet voldoen”

Hoe maak jij nou impact?

Dat er nog geen CO2 regelgeving is hoeft geen ramp te zijn, want uiteraard hoeven we helemaal niet op de overheid te wachten. Regelgeving is immers het minimale waar je aan moet voldoen. Zet zelf stappen door bij alle projecten waar je bij betrokken bent de CO2-uitstoot als belangrijk criterium mee te nemen in de besluitvormingsprocessen. Door zelf al tijdens de ontwerpfase te rekenen met CO2 impact en daar ontwerpkeuzes mede door te laten beïnvloeden. Informeer bij de BNA wie hier allemaal al software voor hebben die je kunt gebruiken.

Gebruik de data en kennis over CO2 impact ook om opdrachtgevers te informeren over de consequenties van hun keuzes en ze te verleiden het goede te doen. Geef inzicht in de CO2 impact van alternatieve scenario’s. Zoek naar argumenten waar zij gevoelig voor zijn om hier een verstandige keuze in te maken. Imago van de organisatie, kostenbesparing of overlastbeperking door snelheid, comfort voor de gebruiker? Naast de milieu-impact zijn er genoeg argumenten en voor iedere klant is een ander argument doorslaggevend.

Laat daarnaast je stem horen. Laat iedereen weten waarom het zo belangrijk is. Je handafdruk (inspiratie voor anderen) is vaak minstens zo groot als je voetafdruk. Informeer lokale politici over wat ze in hun woonbeleid kunnen opnemen. Sluit je aan bij de Gideonsbeweging om invloed uit te oefenen op landelijk beleid. Inspireer opdrachtgevers biobased mee te nemen in hun uitvragen etcetera. Iedereen kan iets bijdragen en je invloed is groter dan je denkt!