Verslag

Rens van de Plas

Hoe kan de kern van Waspik er in de toekomst uitzien?

dorpsgesprek

Een serie gesprekken over de toekomst van de gemeente Waalwijk is natuurlijk niet compleet zonder een blik op de dorpen te werpen. Op 31 januari 2024 verzamelden betrokken inwoners van Waspik zich in buurthuis ’t Schooltje voor een goed gesprek. Hoe kan Waspik groeien zonder dat het dorp zijn identiteit verliest? Daar dachten inwoners en deskundigen uitgebreid met elkaar over na.

Wethouder Ad de Jong opent de avond door te vertellen welke problemen er spelen op het gebied van groei. ‘Het Rijk heeft gezegd dat ze liever niet met iedere gemeente afzonderlijk aan tafel willen. Daarom hebben wij ons aangesloten bij de Stedelijke Regio Breda-Tilburg; daarin kunnen we alle fysieke opgaven tackelen. Om te kunnen beoordelen met welk mandaat we daar aan tafel zitten, organiseren we deze Stadsgesprekken. En daarbij vinden we het net zo belangrijk om naar de dorpen te gaan.’

Het Platform Waspik neemt meteen de gelegenheid om de vraag te stellen wat er binnen de gemeente met hun onderzoek gebeurd is. Zij hebben een stuk geschreven waarin staat wat er leeft in Waspik. ‘Het zou jammer zijn als we het wiel opnieuw gaan uitvinden’, zegt de vertegenwoordiger van het Platform. ‘Wij vinden dat je als eerste zou moeten kijken naar woningen voor jongeren. De woningen waar nu oudere mensen wonen, zijn niet altijd geschikt voor starters. En daarnaast is er niet voldoende vervangende woonruimte voor oudere mensen.’

Wethouder Dilek Odabasi kent het onderzoek van het Platform. ‘Er staan hele mooie aanknopingspunten in over wonen en leefbaarheid. Ik vind het belangrijk dat deze bijeenkomst meer inwoners aan het woord laat dan alleen diegenen die bij het Platform betrokken zijn’, zegt ze. Ze krijgt bijval van een inwoner uit de zaal. ‘Wie van ons, buiten de leden van het Platform, kent dit onderzoek? Eentje? Ik heb alle respect voor het werk wat erin zit, maar ik vind het

echt niet goed dat er zo weinig over gecommuniceerd wordt’, zegt die meneer.

Fotografie Pix4profs
Fotografie Pix4profs

In een eerste rondje door de zaal blijkt al dat inwoners bang zijn dat het dorpsgevoel in Waspik wegvalt. ‘Ik ben bang dat de saamhorigheid wegvalt’, vertelt een meneer. Twintig jaar geleden waren hier nog allerlei buurtverenigingen, nu zijn er nog maar een paar over. Er zijn ook eenzame mensen in Waspik, die moeten gestimuleerd worden om mee te doen’, vindt hij. ‘Het gemeenschapsgevoel moet behouden blijven’, vindt een mevrouw. ‘Het is ook heel belangrijk dat jongeren in Waspik kunnen blijven wonen. Verder is het openbaar vervoer erg slecht.’

Een geïnteresseerde uit de lokale politiek wil benadrukken dat de A59 een belangrijke functie heeft voor Waspik. ‘Dat is de kracht van het dorp. Ik heb in Nijmegen gestudeerd. Een studiegenoot had vrienden in Waspik wonen omdat het overal dichtbij is. Speel in op die strategische plaatsen binnen de regio.’ Die opmerking valt niet bij iedereen in goede aarde. ‘Die A59 geeft ook enorm veel overlast. De noord-zuidverbindingen lopen dwars door Waspik en Sprang-Capelle. Als het hier nog drukker wordt, trekt al dat verkeer door onze dorpen heen.’

Terughoudendheid

De stemming zit er in elk geval al goed in wanneer de eerste spreker Simon Dona het podium betreedt. Hij is betrokken bij de verstedelijkingsstrategie van Stedelijke Regio Breda Tilburg en houdt zich bezig met de toekomst van steden en dorpen in die regio, waaronder Waspik. ‘In z’n algemeenheid zie je in Brabant een soort terughoudendheid in of we onze dorpen durven te veranderen. We zijn gehecht aan hoe het dorp er nu uitziet en aan de bestaande woningtypes’, zegt Dona.

Hij wil niemand voorschrijven hoe ze moeten wonen. Maar de bevolking verandert, mensen worden ouder en krijgen minder kinderen. Dat moet een spiegel zijn, vindt hij. ‘Ik zeg niet dat een alleenstaande niet in een eengezinswoning mag wonen, maar er ontstaat een soort scheefstand. Oudere mensen komen niet meer op de bovenverdieping of de tuin wordt te groot. Dorpen kunnen wel groeien, maar wat mij betreft draait het daarbij niet om groeien in omvang of aantal, maar groeien in kwaliteit.’

Simon Dona
Simon Dona

Dat klinkt wat abstract, maar het is eigenlijk heel simpel: er moeten meer mogelijkheden komen om te verhuizen naar een woning die bij de behoefte van mensen past. ‘Dan ontstaan er weer mogelijkheden in die woningen die verlaten worden. We zien al dat de dichtheid van het aantal bewoners in alle dorpen de afgelopen vijftig jaar is teruggelopen. We zijn ruimer gaan wonen, maar heus niet dichter bij elkaar. We hebben steeds meer woningen nodig om hetzelfde aantal mensen te huisvesten. Dat heeft ook effect op de voorzieningen: als er steeds minder mensen in de buurt van de bakker wonen, hoe houd je die dan open?’

De oplossing is volgens Dona in elk geval niet het beruchte ‘straatje erbij’. ‘Dat idee zingt rond in het land, als een toverstafje voor de woningbouwopgave. Als een projectontwikkelaar een straatje erbij bouwt met bijvoorbeeld vooral twee-onder-een-kappers, dan zorg je niet voor mobiliteit op de woningmarkt. Het gaat niet om dat ene individu dat ergens kan wonen, het gaat erom wat je met woningbouw wilt bereiken. Eén extra woning aan de dorpsrand heeft eigenlijk geen effect op de opgave in het centrum van een dorp, bijvoorbeeld.’

Dorpelingen willen nog wel eens huiverig zijn om een laag hoger te bouwen dan gebruikelijk is. Ze zijn bang dat dat het dorpse karakter van hun gemeenschap aantast. Dat zijn onterechte angsten, denkt Dona. ‘Die dorpse waarden die hier genoemd worden, zoals saamhorigheid en goede zorg voor elkaar, hebben niets met de bouwhoogte te maken. Hoe hoog een gebouw is, is zelden bepalend voor de identiteit van een dorp.’ Dona ziet woningsplitsen en het kunnen bouwen van meerdere woningen op dezelfde kavel als kortetermijnoplossingen voor de woningbouwproblemen. ‘Als we iedereen die gelegenheid geven, hebben we al een enorme opgave opgelost.’

Hofjes en woongroepen

Een geëngageerde zaal mengt zich na zijn presentatie meteen in het gesprek met Dona. Een meneer weet bijvoorbeeld dat veel oudere mensen best kleiner willen gaan wonen, maar dat dat financieel niet aantrekkelijk is. Dona denkt dat woningsplitsen daarbij juist een oplossing kan zijn. ‘Dat levert op termijn natuurlijk weer geld op’, zegt hij.

Is de terugkeer van bejaardenhuizen geen goed idee, oppert een andere aanwezige. Geen verkeerd idee om de eenzaamheid naar het verdomhoekje te verwijzen, denkt hij. ‘Daar zit een zorgconcept achter dat ik niet genoeg ken’, geeft Dona toe. ‘Maar volgens mij zijn er veel meer vormen mogelijk waarop je zorg kunt organiseren. Ook in een hofje of een woongroep kun je een vorm van gezamenlijkheid creëren.’ Maar er ligt wel een opgave voor de gemeente om zulke initiatieven toe te staan en aan te jagen, vinden ze in de zaal.

De gemeente probeert de kansen ook te zien en daarop in te springen, beaamt wethouder De Jong. ‘Woningsplitsen kan, duowonen ook, dat staan we toe. Starters kunnen van de gemeente een lening van 30.000 euro krijgen als ze hun hypotheekgrens bij de bank hebben bereikt. We vinden het belangrijk dat het ook financieel haalbaarder wordt om een eigen woning te kopen. Dat is vaak toch het begin van een stukje vermogen voor veel mensen’, zegt hij. Michiel van Amelsfort van Casade geeft aan dat zijn corporatie nu de mogelijkheden verkent om mensen hun huur te laten meenemen als ze verhuizen naar een kleinere woning.

Financiën zijn niet de enige zorg van de bewoners van Waspik; geluidsoverlast heeft ook impact op de leefbaarheid in hun dorp, zo zegt een bewoonster. ‘Ik vind de overlast qua geluid van het steeds vaker door de gemeente rijdende logistieke verkeer echt aanzienlijk toegenomen. Kan de gemeente geen geluidsschermen plaatsen?’ Ja, denkt wethouder Odabasi. ‘Rijkswaterstaat heeft in elk geval plannen voor geluidsschermen bij Baardwijk en afrit Waspik, maar we weten niet wanneer die komen.’

Hand in hand gaan

Iemand die precies weet hoe dorpen zich heden ten dage ontwikkelen, is Karlijn de Jong van architectenbureau Studioninedots. Voor de studie Dorps verdichten deed zij onderzoek naar hoe dorpen op een compacte en gezonde manier kunnen verdichten. Daar komt van alles bij kijken: meer woningen bouwen die bij de behoefte passen, woningen met minder vierkante meters gaan bouwen, in het dorpshart meer woningen realiseren, bouwen met gezonde materialen en biodiversiteit versterken. ‘Ook voor de vogels en de beestjes, niet alleen voor de mensen’, zegt De Jong.

De vraagstukken zijn op elke plek in het dorp weer anders, weet ze. ‘In het hart van het dorp gaat het om het transformeren van leegstaande gebieden. Aan de rand van het dorp ligt een veel groener vraagstuk: hoe kunnen we woningen toevoegen en het groen behouden? En ver buiten het dorp is het vraagstuk qua bouwen erg gevoelig: willen we nog dat er gebouwd wordt in het boerenlandschap?’ Kortom: er is niet één handleiding waarmee een dorp makkelijk te verdichten is. ‘Maar men is vaak gewend woningen te bouwen zoals altijd al gebeurd is.’

Dorpelingen zijn vaak bang voor wat er verandert in hun dorp, denkt de architect. Dat ze schaduw in hun tuin krijgen, dat er kleine dorpsstraatjes verdwijnen. ‘Maar dat hoeft niet. Het kan hand in hand gaan. Tegelijkertijd moet het niet alleen gaan om het toevoegen van woningen, maar ook het versterken van gemeenschapsgevoel. De buurtverenigingen, scholen, het carnaval, maar ook sport en winkelvoorzieningen; dat gaat allemaal heel erg over de leefomgeving, maar niet zozeer om woningen alleen.’

Soms is het noodzakelijk om een extra verdieping hoger te bouwen om meer woningen kwijt te kunnen, maar dat hoeft echt niet altijd effect te hebben op het dorpsgezicht, betoogt De Jong. Ze laat een voorbeeld zien uit Groningen waarbij drie lagen teruggetrapt zijn opgebouwd: elke verdieping schuift een stukje verder naar achteren dan de vorige. ‘Zo kun je best zes woningen bouwen.’ Of denk eens aan transformatie: de drie kerken in Waspik bieden misschien wel mogelijkheden voor woningbouw.

Niet geheel onbelangrijk: een integrale visie op het dorp. Het gaat niet om dat ene lege kavel of die ene nieuwe straat. ‘Je moet in staat zijn om te bekijken of je iets kunt uitruilen. Als het vanuit verkeerskundig oogpunt veiliger is om de school ergens anders neer te zetten en de verkeersbewegingen te verleggen, dan moet je dat misschien eens overwegen. Zeker als er dan weer een kavel vrijkomt om woningen te bouwen. Als er ergens een nieuwe winkel moet komen, moet je misschien stimuleren dat dat gebeurt op een plek waar al winkels zijn.’

Uit het onderzoek van De Jong komen enkele aanbevelingen naar voren. Behandel een dorp als een micromaatschappij, bijvoorbeeld, met betrokken bewoners en een mix aan voorzieningen, niet alleen woningen. Of: laat maatwerk toe. Een gebouw wat in Waspik mooi staat, past niet altijd op een andere plek in het land. Een laatste advies: soms is er een groep mensen nodig die de plannen van een projectontwikkelaar in goede banen leidt. Een kwaliteitsteam, op initiatief van de gemeente of van een externe partij, kan dan wel eens uitkomst bieden.

Positief blijven

Een man in de zaal is wel benieuwd wat de inwoners ervan vinden als Waspik de hoogte in gaat. ‘Dat moeten ze maar in Waalwijk doen’, reageert een meneer. ‘Op sommige plekken moet het kunnen, bij De Wissel of bij de sporthal’, zegt een andere inwoner. ‘Daar zijn al gebouwen gerealiseerd die twee of drie lagen hoger zijn.’ Volgens een van de bewoners is vooral de vraag of er überhaupt ruimte is om te verdichten. ‘Ik denk dat de ruimte zeer beperkt is. Tussen Waspik-Noord en -Zuid ligt nu een natuurgebied. Als je noord en zuid aan elkaar kunt koppelen, ontstaat er misschien ruimte.’

Een andere man in de zaal is wel benieuwd of de gemeente meer aan maatwerk kan gaan doen. ‘In principe wel’, denkt wethouder Ad de Jong. ‘Wij gaan niet op voorhand aangeven hoe iets er stedenbouwkundig uit moet komen te zien, maar wel in gesprek met de ontwikkelaar. Als mensen hier initiatieven hebben die verschillen van de plannen die zijn ingediend voor een bepaald gebied, dan is het, mits goed onderbouwd, altijd mogelijk om te kijken of we daarin mee kunnen gaan of niet.’ De gemeente is niet de schoolmeester van vroeger die met het rode potloodje zwaait, wil hij maar zeggen.

‘Het is niet zo dat we al jaren stilstaan’, zegt een meneer. ‘Er zijn tientallen woningen bijgekomen in Kleijn Waterrijk. We zijn hier al heel actief bezig met inbreiding, er komen leuke dingen aan. We moeten het positieve ook benoemen. We moeten vooral op een duurzame manier omgaan met een dorp als Waspik en niet per se willen groeien om het groeien.’

Deze avond geeft de inwoners van Waspik in elk geval genoeg stof om over door te praten. Het laatste gesprek van deze serie gesprekken vindt binnenkort plaats. Die zal gaan over de toekomst van de kern Sprang-Capelle.