Grafzerken en kale tuinen
Op het terrein zijn er genoeg activiteiten:
een tuinclub en een kookclub, bijvoorbeeld.
Inwoners willen dus best ergens aan
meedoen, maar voor Jasper van der Wal
was het desondanks soms best even
zoeken. ‘We wilden graag dat de nieuwe
bewoners inspraak hadden in hoe de tuin
eruit zou komen te zien en wat het
beplantingsplan zou worden. Daar hebben
veel mensen op gereageerd, maar doordat
we het zo participatief doen betekent dat
wel dat de tuin nog niet klaar is als je er
gaat wonen. Het is lastig om de balans te
vinden tussen samen creëren en een
dienst leveren. De woonomgeving scoort
minder bij de mensen die er wonen, dat is
voor ons wel een eyeopener geweest.’
Verstraaten noemt de rechthoekige
fietsnietjes voor het gebouw ‘grafzerken’;
die tot overmaat van ramp niet worden
worden gebruikt. ‘Het is soms lastig
communiceren met TBV, af en toe.’ Als de
liften kapot zijn, komt er soms iemand
langs die zegt niks te kunnen doen en weer
vertrekt, zegt Verstraaten. ‘Als iemand een
brief stuurt met een vraag of klacht,
reageer er dan even op dat het
teruggekoppeld wordt. Er hoeft dan niet
meteen een oplossing voor te zijn.’
Misschien moet TBV Wonen daar meer op
organiseren, geeft Van der Wal toe.
Hij heeft geleerd programmering wat meer
los te laten en mensen vooral goede buur
van elkaar te laten zijn. Samen met
zorginstelling De Wever en Prins Heerlijk,
dat jongeren die moeilijker kunnen leren
de fijne kneepjes van werken bijbrengt,
proberen ze dat verder aan te jagen. ‘We
hebben een ploeg van helpenden in de
zorg aangesteld, die mensen kunnen
helpen als ze hun been breken en
bijvoorbeeld geen boodschappen kunnen
doen. De mensen van Prins Heerlijk wonen
in het complex en ze gaan de wijk in met
de buurtverbinder, om mensen die steun
nodig hebben te kunnen helpen.’
En bepaalde contacten moeten ook nog
van de grond komen. ‘We ontmoeten
elkaar nu vooral in het fietsenhok en het
containerhok’, zegt Verstraaten. ‘We
hebben ook weinig contact met de
mensen die in de hofjes wonen, die hebben
weer hun eigen groepje. We zijn nog niet
zo ver dat we met iedereen een praatje
maken’, denkt hij. ‘Ik zou wel willen dat dat
er meer is, maar je moet wel met elkaar
kunnen communiceren.’
Vanuit het publiek wil een mevrouw
opmerken dat ze vindt dat de
gemeenschappelijke tuin er schrikbarend
kaal bij ligt. ‘Er kan klimop tegen die
muren, er kunnen daken belegd worden
met groen. Ik bedoel maar.’ Verstraaten zou de tuin zelf ook graag wat groener zien.
‘Maar van TBV Wonen mag ik mijn tegels
er niet uithalen.’ Daar gaan ze intern in elk
geval nog eens naar kijken, zegt de
gebiedsontwikkelaar. ‘We hebben daar wel
een flink aantal bomen en heesters
bedacht.’
Een andere vraag vanuit de zaal luidt: waar
zijn alle parkeerplaatsen? ‘Voor de eerste
fase konden mensen onder de daktuin
parkeren. Dat was best een prijzige manier
van parkeren die we normaal eigenlijk niet
kunnen betalen, maar de markt zat mee. In
een latere fase hebben we parkeerpockets
gemaakt aan de Kruisvaardersstraat. We
hebben gekeken of dat ging passen met
de behoefte en het kon net. Er zit nog wel
een vraagstuk bij het bezoekersparkeren:
we zijn door de tijd ingehaald omdat de
gemeente betaald parkeren heeft
ingevoerd. Maar het blijft een kwestie van
geluk: wij zijn er niet voor om te
organiseren op parkeren’, zegt Van der Wal.
Daar is de meerderheid van de zaal het
mee eens. ‘We moeten een beetje
inschikken als we met zo veel mensen in de
stad willen wonen’, zegt een bezoeker.